Aandachtig - Samenwonen (III)

Meer dan eens besluiten gemeenteleden om eerst ongehuwd samen te gaan wonen en daarna gaan trouwen. Dat laatste, daar zijn we toch blij om? Waarom zeggen we dan toch als gemeente dat we niet zonder meer instemmen met een huwelijksinzegening? Of, van de andere kant geredeneerd: als samenwonen zonde is, waarom kan het dan toch uitlopen op een huwelijksinzegening? Op deze vragen wil ik in deze derde Aandachtig over dit thema ingaan. Zie ook Samenwonen (I) en Samenwonen (II).

trouwen

Er zijn ook stellen die niet zijn gaan samenwonen, maar voor hun huwelijk wel al met elkaar naar bed zijn geweest. Is dat niet hetzelfde? Dat is een terechte vraag! In de eerste Aandachtig hierover ontdekten we al dat het hebben van gemeenschap de bezegeling hoort te zijn van een wederzijdse en levenslange belofte van trouw. Als dat gebeurt vóór het huwelijk, dan moeten we op zijn minst zeggen dat dát de omgekeerde weg is. Het is niet Gods weg en bedoeling om te dóen alsof je getrouwd bent, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. Gemeenschap voordat je getrouwd bent is zonde. Bedenk dat goed als je verkering hebt. En als je bijvoorbeeld plannen maakt om samen op vakantie te gaan.

Dus: nee, samenwonen is niet anders. Tegelijkertijd is daarmee niet alles gezegd. Ik wil nog twee dingen noemen. In de eerste plaats: waarom wil je dat je huwelijk ingezegend wordt? Als je eerst bent gaan samenwonen, zonder die zegen, is het toch op zijn minst vreemd om Gods zegen te vragen over je huwelijk? Als je samenwoont is dat voor iedereen zichtbaar – dat doe je niet stilletjes. Ondertussen geef je het signaal af: wij kunnen wel een tijdje zonder die zegen…

Het tweede dat ik wil noemen, hangt daarmee samen. Samenwonen is ook zichtbaar voor de gemeente waar je lid van bent. Die gemeente spreekt uit dat samenwonen niet naar Gods wil is. Dat is geen willekeurige uitspraak, maar daarin willen we luisteren naar de Bijbel. Als je dan tóch zegt ‘Maar wíj gaan samenwonen!’… Wek je daarmee dan niet de indruk dat je het samen luisteren naar de Bijbel niet zo belangrijk vindt?

Daarom spreken we als gemeente uit dat een huwelijksinzegening na samenwonen niet zonder meer mogelijk is. Die woordjes ‘zonder meer’ zijn héél belangrijk. Als je ze weglaat staat er ineens iets heel anders! In de pastorale gesprekken die we dan hebben – we gáán het gesprek aan! – wordt gevraagd om het inzicht en het uitspreken, belijden, ook voor Gods Aangezicht, dat het niet goed is geweest wat je gedaan hebt. De redenen daarvoor zijn in de afgelopen artikelen, hoop ik, helder geworden. Voor wie dat belijdt en daaruit wil leven, wordt de weg naar de huwelijksinzegening geopend!

Een misverstand hierover wil ik wegnemen. Je leest weleens in de kerkbode, dat van een stel dat eerst heeft samengewoond, het huwelijk wordt ingezegend. Daar zijn we open in. We schrijven niet, wat er in het gesprek allemaal besproken en gedeeld is. Dat gaat de gemeente niet aan; we vragen daarin om vertrouwen. Maar… je leest nooit dat een huwelijksinzegening niet toegestaan wordt. Dat wil echter niet zeggen dat er nooit een afwijzing plaatsvindt en dat dus alles kan. Er wordt eenvoudig niet over geschreven als er een afwijzing plaatsvindt. Uit wat je wél leest, kun je dus geen algemene conclusies trekken!

 

 
Volgende artikel
3 januari 2020